Voorpagina
All the world is green - door Marc Papanikitas

All the world is green!

Pretend that you owe me nothing

And all the world is green

We can bring back the old days again

And all the world is green

Tom Waits

Ja Eric, de wereld is nog altijd rot. Alleen in mijn hoofd is hij groen!

(Kleuter) "Mama kijk, meneer Marc stapt raar door de klas"

(Mama) "Wat is er gebeurt meneer Marc?"

(Meneer Marc) "Ach niets erg, gewoon pijn aan mijn teen"

Er was een tijd toen ik nog 100km-wedstrijden uitliep, dat ik met opgeheven hoofd en met fiere inborst de wereld te kennen gaf dat ik een 100km wedstrijd had gelopen. Weken voorafgaand aan de wedstrijd leefde heel de omgeving mee. De school, ouders, kinderen, buren, de stad, zelfs het land. Er werden voorbeschouwingen gemaakt, er werden interviews gegeven. Ik werd gebeld, gemaild, aangeschreven. Er werd succes gewenst, smsjes met xxx, of toi, toi, toi of toetagoehé (doet dat goed hé...), er werd vooral een hoop geluld!

Een dozijn honderden verder, waarvan de helft op een fiasco uitdraaide, is het enige wat me nog rest voor een 100 de rituelen waarvan we steeds vertellen dat we ze niet hebben.

Vorig jaar liep ik een succesvolle 50km in Deventer nadat ik samen met Ed tijdens het verorberen van een versgebakken dorado in een leuk restaurantje besliste dat ik de dag erna geen 100 ging lopen. Ik vergat mijn tandenborstel en tandpasta bij Ed. Bij mijn aanmelding voor de 100 dit jaar zei ik tegen Ed dat hij weer moest reserveren in hetzelfde restaurant. Als vanzelfsprekend at ik weer versgebakken dorado en poetste ik mijn tanden met de tandenborstel en tandpasta die ik vorig jaar had laten liggen.

Het was -2° en mijn ballen vroren er af. Misschien was dat dan ook de reden waarom ik veel sneller dan gepland vertrok en alle vooraf gemaakte afspraken aan mijn reet lapte. Ik vind altijd wel een excuus om mijn domheid wat betreft aanvangstempo goed te praten. Maar goed, de opdracht was duidelijk en poepsimpel: tweehondervijftig vierhondertjes afwerken tegen 1'48" gemiddeld per ronde. Marathonpunt moest beslecht worden in 3h09" wat een fluitje van een cent was want twee weken voor Deventer sloopte ik in mijn uppie met 2h42' het parcoursrecord in Lekkerkerk. 17 minuten er bij en dat twee keer en dan nog een tien mijl in een uur en twaalf en ik haspel de 100km op de baan in Deventer vlotjes af in 7h30', de laatste 100m flikflakkend over het tartan draaiend. Toen ik met mijn wijsvingertje het rode knopje van mijn Polar indrukte, verscheen er exact 3h00 op het display en draaide ik net rond het kegeltje aan marathonpunt om de andere richting van de baan aan te snijden. Het verdere verhaal hoef ik jullie natuurlijk niet te vertellen omdat het te lezen is in de meeste verslagen die her en der te vinden zijn. Maar toch... ook op de 50 kwam ik tien minuten te snel door. Het leven kan dan tragisch worden, mijn 100 ook. Tussen 50 en 75 kreeg ik een kroket van jewelste. Je oogst wat je zaait, God straft and all the world is green.
Mijn persoonlijke begeleider Hans kreeg de volle lading. Te koud, te warm, elke keer wanneer hij mij een flesje aanreikte, had ik wel commentaar. Ik kreeg het niet binnen en schakelde over naar bouillon en hete thee. Na 75km stond ik aan het tentje bij de verkleumde vrijwilligers. "Wat nou?" vraagt Ed. "De ballen vriend" zeg ik razend "hier eindigt het"

"Nou vergeet het maar" antwoordt Ed. "Weet je nog wat je me deze morgen zei? Vandaag loop ik uit, kost wat kost". "Dat was deze morgen Ed, nu zijn we middag"

Nog nooit heb ik Ed boos gezien. Ik wil het ook nooit meer zien. Ik pakte weer een bekertje hete thee en de volgende 25 kilometer liep ik als een klein mokkend joenk rond over den tartan, me niets meer aantrekkend van tempo of tijd. De enige betrachting was aankomen en winnen. De laatste 5 kilometer werd duidelijk dat een tijd onder de 8 uur er nog inzat, maar ook dat kon me geen sodemieter boeien. Gewoon als eerste de eindmeet halen, dat was al waar ik naar streefde. Je begrijpt best dat flikflakken de laatste 100m er niet meer in zat. Flikflakken zit er toucourt nooit in want ik kan dat niet en ik ben er te stram voor. Als er ooit een prijs uitgereikt wordt voor het mooiste over de meet ineenstuiken dan ben ik meer dan waarschijnlijk finalist. Ik heb 7h59' nodig gehad om deze stunt uit te halen, 50km lopen, 30km zwalpen, 19,99km strompelen en 0,01km vallen.

Ik ben blij, niet zeer blij want anders zou deze column niet van mij komen. Maar ook een beetje trots – een beetje, niet te veel-  want met 3h08' op de 50km en nu met 7h59' op de 100km heb ik het baanrecord in Deventer wat toch wel even uniek is. Met een relatief korte en beperkte training liep ik een degelijke 100km. Het is me nog nooit overkomen in een 100k wedstrijd dat ik op het einde – als ik dat al haalde- terug iets sneller liep dan tussen 60 en 80km. Als de kroket er was, was ze meestal ook fataal. Na de wedstrijd werd er niet gekotst, meer nog, ik heb onmiddellijk sloten thee naar binnen kunnen werken.

We zijn een week verder. Wat de toekomst gaat opleveren, weet ik niet. Misschien was deze laatste nodig om deftig afscheid te kunnen nemen, misschien is het de aanzet naar nieuwe uitdagingen.

Dank aan coach Ed, voor de slaapplaats, maar zeker voor de stamp tegen mijn kloten.

Dank aan Hans Spieker, mijn vaste bevoorradingsman in Deventer, voor het opwarmen, afkoelen, aanpassen van mijn sportdrank. Het aanreiken van thee en bouillon.

Dank aan Eric De Vries die me overhaalde om eens een positieve column te schrijven!