social facebook box blue 16

social twitter box blue 16

header N.fw

Adapteren of herstellen

Uit: 'Topsport en Herstel', uitgave 2011 NOC*NSF publicatienummer 712

De termen 'adaptatie' en 'herstel' worden in de trainingsleer vaak als synoniemen gebruikt of in één adem genoemd. Hoewel de processen elkaar overlappen betreft het twee verschillende aspecten van training en belasting.

Adaptatie is de structurele aanpassing van het lichaam na herhaalde (trainings)prikkels. Hierdoor kan het steeds beter toekomstige belastingen het hoofd bieden. Deze aanpassingen komen tot stand doordat de toegediende trainingsprikkels (gedurende langere periode) een verstoring van het fysiologisch evenwicht (de homeostase) veroorzaken. Door de belasting stijgt de metabolietenconcentratie, de feitelijke verstoring van de homeostase die de trigger vormt in het proces dat tot structurele aanpassingen leidt.

Herstel is het proces waarmee het lichaam zich snel ontdoet van vermoeidheidsverschijnselen, waaronder de verhoging van de metabolietenconcentratie. Hierdoor keert het lichaam terug naar een fysiologisch evenwicht, is daarmee weer op het oorspronkelijke uitgangsniveau en optimaal voorbereid op een volgende prestatie.

De 61 van Texel

pieter01Was de ‘60 van Texel’ twee jaar geleden nog een abstract begrip bij het inschrijven, dit jaar had ik enig idee wat er op me te wachten stond op 2e paasdag. Er was dan ook geen moment van twijfel om me voor deze unieke ultraloop in te schrijven. Een kort ogenblik overwoog ik tijdens de inschrijvingsprocedure het vakje voor de 120km te selecteren. De limiet om hieraan mee te mogen doen had ik immers in mijn zak, door in 2012 in Duitsland een verdwaalde 101km te voltooien in iets meer dan 9 uur. Maar laat ik aan dat uitstapje geen woorden meer vuil maken.

De 60km werd het. Waarom? Omdat ik iets goed te maken had. Ik wilde bewijzen (aan wie?) dat ik ondanks mijn baanverleden, mijn voorvoetlanding en lengte van 1.87cm toch een degelijke ultraloper kan zijn. Dat er in mij nog leven zit na 42km en dat de inzinking van 2 jaar geleden geen bewijs van onkunde was, maar jeugdige onverschrokkenheid waaruit de (over)moed spreekt van een verlangen ‘voor altijd te kunnen blijven rennen zonder moe te worden’. Wat natuurlijk een onbereikbaar ideaal is, iedereen wordt vroeg of laat moe. En het ultralopen bestaat voor het grootste deel uit de kunst te blijven lopen terwijl je moe bent, en alles wat ook maar enigszins rationeel denkt uit te schakelen zodat je door kan gaan waar ieder ander ‘normaal’ mens allang was gestopt.

De 120 (en 60) van Texel

Op maandag 1 april vond de 120 en 60 van Texel plaats. MarathonPlus was ruim vertegenwoordigd! Op onze Facebook pagina kunt U enkele artikelen, foto's en wetenswaardigheden vinden!

IMG 2468

Zijn vrouwen beter in ultralopen dan mannen?

door Mirjam Steunebrink

Mannen en vrouwen  verschillen behoorlijk in lichaamsbouw en fysieke eigenschappen. Zo hebben mannen van nature meer spiermassa en zijn in principe fysiek sterker, waardoor in menig sport vrouwen nooit van mannen kunnen winnen. De bouw van het vrouwenlichaam is van invloed op de manier hoe vrouwen hardlopen. Vrouwen zijn gemiddeld kleiner en hebben hierdoor een kortere paslengte. Het lichaamszwaartepunt ligt lager en het bekker is breder. Daarnaast hebben vrouwen vaker knikvoeten en X-benen die de kans op blessures mogelijk wat vergroten. Een vrouw zal bij hardlopen eerder over de binnenkant van de voeten afwikkelen, waardoor klachten aan de scheenbenen kunnen optreden. En bij enigszins naar binnen staande knieën, kunnen knieklachten ontstaan.

Hardlopen op harde of zachte ondergrond. Wat is beter?

door Mirjam Steunebrink, sportarts
 
De biomechanische belasting van hardlopen is enorm. Bij elke landing moeten voeten en knieen 2-3 maal het lichaamsgewicht opvangen binnen enkele milliseconden. Een ultraloper van 70 kg die wekelijks zo'n 140 trainingskilometers aflegt geeft zijn lichaam een extra belasting cadeau van zo'n 17,5 miljoen kilogram! Het is nauwelijks voor te stellen hoe enorm deze extra belasting is. De meeste ultralopers (70-80%) zijn hak-hiellanders. In de eerste fase, de landing of heelstrike, wordt contact met de ondergrond gemaakt met de voet. De tweede fase is de standsfase waarbij de voet volledig contact heeft met de grond. De pronatie in deze fase zorgt deels voor een actieve absorptie van de schok. Pronatie is dus een fysiologisch principe. De laatste fase is de afzetfase waarbij de loper de voet afwikkelt over de eerste of de tweede straal.1 In Nederland blijkt het overgrote deel van de hardlopers voornamelijk op een harde ondergrond te trainen (asfalt, beton). Volgens een onderzoek van TNO is dit ruim 72%. 23% kiest een overwegend zachte ondergrond en slechts 5% loopt op de atletiekbaan.
 
In tegenstelling tot wat veel lopers denken, maakt hardlopen op een zachte of harde ondergrond vanuit biomechanisch oogpunt weinig verschil. 2-4